Noordwijk – Afgelopen weekend heeft Dennis Salman onderstaande brief aan alle raadsleden in de Duin- en Bollenstreek gestuurd. Strekking van de brief: de Commissaris van de Koningin van Zuid-Holland, de heer J. Franssen, schendt verschillende wetsregels door waarnemend burgemeesters in de streek weg te zetten.

Geachte collega,

Een tijdje terug heb ik er in een brief op gewezen dat de heer Franssen, Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, door zijn handelwijze rond de herindeling, met name het gebruik van waarnemende burgemeesters dat hij daarbij maakt, Nederlandse wetsregels schendt.

Uw reactie hierop vond ik wat lauw. Is men van de wet niet op de hoogte, of vindt men de wet niet erg belangrijk? Omdat ik persoonlijk er best aan hecht dat de mensen in Nederland, en de bestuurders voorop, zich aan de wet houden, deze kleine toelichting.
 
U weet hoe het gaat. U hebt het waarschijnlijk zelf meegemaakt.
 
Als in een gemeente (al dan niet gestimuleerd) een vacature voor burgemeester ontstaat, roept de heer Franssen de fractievoorzitters van de gemeenteraad bij zich. Hij zegt dat er geen door de Kroon te benoemen burgemeester zal komen; de gemeente moet van hem over herindeling en fusie praten, en tot zolang benoemt hij een waarnemende burgemeester. Hij voegt er nog aan toe dat hij ervoor zal zorgen dat de gemeente, als ze weigert, een slechte burgemeester krijgt. De fractievoorzitters zien geen andere uitweg dan toestemmen, en met hen volgt vanzelf de rest van de gemeenteraad. De heer Franssen zorgt voor een persbericht waarin het gebeurde als “goed overleg” wordt aangeduid. Als een gemeenteraad, na de discussie, niet tot fusie besluit, stelt de heer Franssen dat het besluit voor hem niet “definitief” is. De waarnemende burgemeester blijft benoemd totdat er een besluit zal zijn genomen dat, laten we zeggen: “een beeld oproept als ware het een fusie”.
 
Het is duidelijk dat de heer Franssen op deze manier een gemeenteraadsbesluit naar zijn eigen zin creëert.
 
Mij leek ook duidelijk dat deze manier van doen onwettig is.
 
Ik wees in mijn brief op de Grondwet. Die noemt in art. 123 het instellen en opheffen van gemeenten, en het vaststellen van gemeentegrenzen, een uitsluitend recht van de wetgevende macht. Misschien kan worden beweerd dat die bevoegdheid door mandaten of zo bij anderen is beland; ik moet dat nog zien. En de handelwijze van de heer Franssen wijst er bepaald niet op dat hij zou menen die bevoegdheid te hebben. Dan kon hij immers het besluit dat hij wenst eenvoudig nemen, zonder de moeizame omweg via gemeentelijke besluitvorming. Laten we er dus vanuit gaan dat de heer Franssen niet de bevoegdheid heeft gemeenten te fuseren. Daaruit volgt automatisch ook dat hij anderen, die de bevoegdheid misschien wel hebben, in hun vrije besluitvorming niet mag hinderen.
 
Ik noemde de Gemeentewet. Die zegt in art. 78:
 
Indien de commissaris van de Koning het in het belang van de gemeente nodig oordeelt, voorziet hij in afwijking van artikel 77 in de waarneming.
 
Duidelijk is in een oogopslag dat art. 78 niet op zichzelf staat; het verwijst naar art. 77. En art. 77 luidt:
 
Artikel 77
1. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een door het college aan te wijzen wethouder. Het voorzitterschap van de raad wordt in dat geval waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten.
2. Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het ambt waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten.
 
Met andere woorden: als er moet worden waargenomen, doet een wethouder dat; als er geen wethouder is, doet een gemeenteraadslid het; en pas als dat allemaal niet gaat, kan van boven een waarnemende burgemeester worden benoemd. In het uiterste geval.
 
Dit zou dus ook gelden als een gemeente vlak voor een fusie staat en het daarom weinig zin zou hebben nog een procedure tot selectie en benoeming door de Kroon te beginnen. In art. 78 kan geen zelfstandige bevoegdheid van de Commissaris tot benoeming van een waarnemende burgemeester in geval van fusie worden gelezen; ook in dat geval zou hij enkel het recht tot ingrijpen hebben, als de gemeente zelf zich er niet doorheen zou slaan.
 
Met zijn vrijelijk benoemen van waarnemende burgemeesters in geval van discussie over een mogelijke herindeling, schendt de heer Franssen dus art. 78 van de Gemeentewet.
 
En het gaat nog aanzienlijk verder. Zou er eventueel over te praten zijn of de heer Franssen bij ontbreken of verhindering van een echte burgemeester, en in geval van aanstaande fusie, een waarnemende burgemeester zou mogen benoemen: wat hier gebeurt is het omgekeerde. Het is niet zo dat de heer Franssen, nu er geen burgemeester is en de gemeente zich niet redt, dan maar zelf een waarnemende burgemeester stuurt; de heer Franssen verklaart dat er geen burgemeester zal komen, en dat een discussie over fusie moet plaatsvinden, en dat hij daarom voorlopig de waarnemer installeert. Het is omkering van oorzaak en gevolg.
 
Het is erg belangrijk deze subtiele verschuiving goed te begrijpen. Een normale, redelijke en gezonde regeling wordt zo tot instrument van persoonlijke machtsuitoefening.
 
Ik noemde in mijn eerdere brief de Algemene Wet Bestuursrecht. In art. 3:3 staat daar:
 
Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.
 
Wat de heer Franssen doet is een onmiskenbaar voorbeeld van wat hier juist wordt verboden: zijn heel beperkte bevoegdheid om waarnemende burgemeesters te benoemen, gebruikt hij om de fusie van gemeenten te bevorderen, en zelfs door te drukken. Zijn bevoegdheid was heus niet bestemd voor dat doel, en dus schendt de heer Franssen door deze manier van doen art. 3:3 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
 
Ik noemde het Wetboek van Strafrecht. Daar staat in art. 124:
 
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de raad van een gemeente … tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt of een lid …opzettelijk verhindert… vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
 
Verkijkt u zich alstublieft niet op de uitdrukking “geweld”, alsof dat een verre abstractie zou zijn. Onder geweld wordt ook ernstig nadeel en ernstige hinder begrepen; dus bedreiging met geweld omvat ook bedreiging met ernstige nadeel en hinder. Dreiging met het benoemen van een disfunctionerende burgemeester, om op die manier de gemeenteraad te dwingen tot een besluit tot herindeling, wat de heer Franssen naar algemene bekendheid heeft gedaan, valt vast onder dit artikel.
 
En dan is er tenslotte art. 365 van het Wetboek van Strafrecht:
 
De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
 
U zult wel willen aannemen dat wat voor een ambtenaar geldt, ook voor een Commissaris van de Koningin geldt. En onder “misbruik van gezag” begrijpt de wet zowel overschrijden van de grenzen van een bevoegdheid als het aanmatigen van een niet-bestaande bevoegdheid.
 
De heer Franssen heeft een beperkte bevoegdheid in de procedure tot selectie en benoeming van een burgemeester; hij heeft een beperkte bevoegdheid tot aanstelling van een waarnemende burgemeester. De heer Franssen heeft die bevoegdheden opgerekt tot ze onherkenbaar werden. Hij heeft de door hem opgerekte bevoegdheden doelbewust ingezet, en de gemeenteraad zo gedwongen de aanstelling van een waarnemende burgemeester te dulden. En als uiteindelijk doel wenst hij op deze manier de gemeenteraad te dwingen tot het besluit tot fusie.
 
Ik wilde maar zeggen: toen ik in mijn eerdere brief schreef over schending van de wet door de heer Franssen, was dat niet helemaal uit de lucht gegrepen. Misschien wel integendeel.
 
Met vriendelijke groet,
 
 
Dennis Salman
Gemeenteraadslid Noordwijk